Dammes van Wilgenburg verheugt zich op seizoen in de hoofdklasse.

"Het maakt mij niet uit of we tegen Bennekom of Zwart Wit '28 spelen"

 
Dammes van Wilgenburg is bezig aan zijn vierde seizoen als technisch coördinator bij TOGR. Daarvoor werkte hij al twee keer als trainer aan de Charloisse Lagedijk. Een gesprek over TOGR, zijn andere grote liefde Feyenoord en zijn overwegingen om nog een jaar door te gaan.

Jij hebt al eerder bij TOGR gewerkt. Waarom ben je hier in 1999 opnieuw aan de slag gegaan?
Dammes: "Na mijn laatste periode bij Feyenoord, waar ik in de loop der jaren onder meer de landelijke jeugd en de amateurs heb getraind, heb ik een paar jaar niets gedaan. Dat beviel me wel. Het was leuk om eens een keer niet met voetbal bezig te zijn. Na verloop van tijd begon het weer te kriebelen en toen mijn oude liefde TOGR aanklopte, hoefde ik niet erg lang na te denken en ben ik hier opnieuw gaan werken."

Had je toen het idee bij een potentiële hoofdklasser aan de slag te gaan?
"Nee, helemaal niet. Ik realiseerde me wel dat de stap niet zo groot was. We speelden immers al in de eerste klasse en de hoofdklasse is dan nog maar één stap verder. Omdat ik altijd het hoogste nastreef, was promotie wel mijn persoonlijke doelstelling."

Wat was er destijds volgens jou nodig om die laatste stap te maken?
"Na een gesprek met de toenmalige trainer John van Diggele hebben we allereerst een aantal duidelijke regels gesteld. Ik vond dat het daaraan wel een beetje ontbrak toen ik begon. We hebben daar vanaf de eerste minuut meer aandacht aan geschonken. Ook de manier van spelen was voor verbetering vatbaar. Dat moest herkenbaarder. Of je met twee of drie spitsen speelt, maakt niet eens zoveel uit. Het moest over het algemeen wel aanvallender zonder dat dat ten koste ging van de organisatie in het veld. Die organisatie is inmiddels veel beter."

Vind jij dat die organisatie op het veld nog beter kan?
"Het is al veel beter. De spelers weten wat ze wel en vooral niet moeten doen. Daar heeft met name trainer Wim van der Steene hard aan gewerkt. Spelers lopen niet meer, zoals voorheen, zomaar uit hun posities. We doen in het veld geen mooie dingen meer die niet functioneel zijn. We proberen aanvallend te spelen terwijl we vorig seizoen niet al te veel goals tegen kregen."

Je noemde de naam van Van der Steene al. Die legde je voor het vorige seizoen vast. Hoe goed kende je hem en hebben jullie bij Feyenoord al veel contact gehad?
"Ik kende hem eigenlijk alleen maar oppervlakkig. Ik heb me wel in hem verdiept door met een aantal mensen over hem te praten. Zij gaven mij een goed beeld van hem. Vervolgens hebben we samen één keer gepraat. Ik had zelf direct het gevoel dat het goed was. Dat het tussen ons wel klikte en dat hij de juiste man voor TOGR was. Hij heeft een realistische kijk op voetbal en ik wist toen al zeker dat hij onze spelers beter zou maken. Achteraf kun je stellen dat ik me niet vergist heb."

Van der Steene zelf zegt dat hij zijn eigen rol tot jullie succes van vorig seizoen niet overschat.
"Je doet het natuurlijk altijd met z'n allen. Dat was ook vorig seizoen zo toen wij promoveerden. Maar ik meen het echt als ik zeg dat Van der Steene een erg belangrijk aandeel in ons succes heeft gehad. Dan kom ik weer terug op de organisatie in het veld. Vooral op dat punt is onder zijn leiding veel verbeterd. Iedereen heeft op zijn manier een steentje bijgedragen. Ook de andere trainers, de mensen uit de leiding van de club en alle andere vrijwilligers. De promotie heeft er ook voor gezorgd dat ik nog een jaar bij TOGR blijf."

Heb je dan echt getwijfeld of je wel of niet door moest gaan?
"Ja, eerlijk gezegd wel. Het is toch wel intensief wat ik hier doe. Ik ben niet iemand die dingen makkelijk van zich afzet. Eigenlijk ben ik er altijd mee bezig. Ik ben nu 59 en dan kom je toch op een punt dat je je afvraagt of je niet lekker wat anders moet gaan doen.  Anderen kunnen honderd keer tegen je zeggen dat het niet nodig is dat ik hier vier keer per week ben. Maar goed dat is nu eenmaal mijn manier. Ik zou het niet anders kunnen. Na een aantal gesprekken met het bestuur, de spelers en de trainer heb ik besloten door te gaan. Het is toch wel mooi om mee te maken die zaterdaghoofdklasse."

En daarna neem je alsnog afscheid?
"Dat weet ik niet. Misschien heb ik het aan het einde van het seizoen nog zo goed naar mijn zin dat ik gewoon doorga. Ik gaf net al aan dat het best intensief is wat ik doe. Je bekijkt tegenstanders en overlegt regelmatig met de trainer. Ik ben hier doordeweeks drie keer en ook elke zaterdag ben ik met de club bezig. Het maakt niet uit dat iedereen tegen me zegt dat dat allemaal niet nodig is. Die betrokkenheid zit gewoon in me."

Dan over de competitie. Jullie zijn ingedeeld in de hoofdklasse B met tal van andere regioploegen. Leef jij ook zo toe naar de derby's tegen Zwart Wit '28?
"Voor mij zullen de wedstrijden tegen die andere club uit Rotterdam-Zuid niet anders zijn dan alle andere wedstrijden. Bij een aantal mensen is die rivaliteit er wel degelijk. Het maakt mij niet uit of we tegen Zwart Wit'28 of Bennekom spelen Wat me wel heeft gestoord is dat er vorig seizoen in de regionale krant veel meer aandacht aan Zwart Wit '28 werd besteed dan aan ons."

Kun je je voorstellen dat veel tegenstanders en andere volgers van het amateurvoetbal het opvallend vinden dat jullie in de hoofdklasse spelen? Ze vinden misschien wel dat die kleine club uit Zuid op dat niveau niets te zoeken heeft.
"Ik kan me dat best voorstellen. Alleen degenen die dat beweren kennen ons spelerspotentieel niet. Gezien de kwaliteit van de selectie was het voor mij geen wonder dat we wel naar de hoofdklasse zijn gegaan. Natuurlijk konden ook wij vorig seizoen niet voorzien dat we zouden promoveren. We hoopten wel op een periodetitel en daarmee op deelname aan de nacompetitie. Ik verwacht trouwens dat we ons zullen kunnen handhaven op het hoogste niveau." 

Je loopt al heel wat jaren rond in het regionale amateurvoetbal. Vooral bij Feyenoord kende je successen. Met het eerste amateurelftal promoveerde je twee keer en ook met de landelijk jeugd van de Sportclub dwong je promotie af. Is in al die jaren de mentaliteit van de spelers veranderd?
"Het voetbal op zich is anders geworden. De ruimtes op het veld zijn kleiner, tegenstanders worden eerder vastgezet en daardoor wordt er meer gevraagd van de huidige voetballer. Je kunt er ook niet omheen dat ook de mentaliteit anders is. Ik heb wel eens het gevoel dat te veel van één kant moet komen. Van de kant van de club. Wij hebben daar een taak in, wij moeten de spelers begeleiden. Dat begint al bij de jeugd die we op hun verantwoordelijkheden moeten wijzen. Aan de andere kant moeten clubs het voor leden aantrekkelijker maken om lid te blijven. We zien niet voor niets op alle niveaus mensen afhaken."

Kun je tenslotte aangeven of je meer verbondenheid met Feyenoord of met TOGR hebt?
"Op mijn achtste ging ik al aan de hand van mijn vader naar De Kuip. Ik geloof dat Feyenoord - Enschedese Boys de eerste wedstrijd was die ik zag. Bovendien heb ik er als trainer, ik heb er elf jaar gewerkt, veel mooie jaren beleefd. Toch kan ik niet zeggen dat ik meer met Feyenoord dan met TOGR heb. Ook hier begin ik, als ik al mijn jaren bij elkaar optel, aan mijn elfde seizoen. Schrijf maar op dat ik met beide clubs evenveel heb."

terug