Joop Knipscheer kan niet zonder zijn club

Rotterdammer al sinds 1946 lid van TOGR

 
Vlak na de Tweede Wereldoorlog werd hij lid van TOGR. Ruim 55 jaar later volgt de inmiddels 71-jarige Joop Knipscheer zijn club nog altijd op de voet. Een monoloog van een markante clubman.

"Na de oorlog ben ik bij TOGR gaan voetballen en op mijn zeventiende stond ik al in het eerste. Lang heeft dat trouwens niet geduurd want tijdens mijn diensttijd was ik gelegerd in Roermond en Assen. Daardoor had ik geen tijd om naar Rotterdam te reizen. Je snapt wel dat het openbaar vervoer in die tijd nog niet zo was georganiseerd als nu. Pas na mijn studie ben ik weer gaan voetballen. Dat heb ik tot 1978 gedaan, ik was toen 47 en vond het welletjes. Dat kwam mede omdat de toenmalige trainer van het eerste elftal, Jan Leermakers, mij vroeg om elftalleider te worden. Dat heb ik 25 jaar gedaan en vorig jaar ben ik gestopt. Precies voor het seizoen waarin we promoveerden naar de hoofdklasse.Ja dat is achteraf gezien best jammer. Nu ben ik vaste supporter van de club en dat zal ik altijd blijven. Het maakt voor mij ook niets uit of we nu wel of niet in de hoofdklasse spelen. TOGR is simpelweg mijn club. Ik heb trouwens nog een belangrijke bijdrage aan de bouw van onze tribune geleverd. Begin jaren `80 was ik mede-eigenaar van een bedrijf en we verkochten aan een Engelse firma. Ik heb er toen voor gezorgd dat zij sponsor werden van TOGR en onder andere daardoor kon onze overdekte tribune aangeschaft worden."

Professioneler
"Sinds de komst van technisch co÷rdinator Dammes van Wilgenburg is de club professioneler geworden. Er zijn regels opgesteld voor de selectie waaraan iedereen zich moet houden en de kleding voor die gasten is tegenwoordig goed geregeld. Ik ben trouwens wel benieuwd of we het gaan redden in de hoofdklasse. Op dat niveau spelen zo veel oud-profs. Aan de andere kant zijn we de laatste jaren wel steeds beter gaan voetballen en waarom zouden we dat op het hoogste niveau niet blijven doen? Maar ik zei net al dat TOGR ongeacht de resultaten altijd op mijn steun kan rekenen. Ik doe nog twee ochtenden per week vrijwilligerswerk bij een bedrijf dat daardoor sponsor van de club is geworden."

Vriendschap
"Ik heb in al die jaren veel mensen leren kennen. Het is logisch dat je met de een beter op kunt schieten dan met de ander. Als elftalleider heb ik natuurlijk de nodige trainers meegemaakt. Vooral met Hans Bres hebben we veel gelachen. Hij was naast een goede trainer ook een zeer plezierig mens. Ook met Dammes van Wilgenburg heb ik een erg goed contact. Ik heb er mede voor gezorgd dat hij hier weer aan de slag ging. EÚn van de redenen om vorig jaar te stoppen als elftalleider was trouwens mijn leeftijd. Niet dat ik me niet meer fit voelde maar de afstand tussen de spelers en mij werd te groot. Niets om je voor te schamen maar dat was gewoon zo. Over de mentaliteit van de spelers hebben we hier trouwens niets te klagen. We zijn een multiculturele club en ons eerste elftal is een goede afspiegeling van de Rotterdamse bevolking. We zouden alleen nog een allochtoon bestuurslid moeten hebben".

Feyenoord
"Mijn goede contacten met Feyenoord hebben TOGR in het verleden ook nog wel eens wat opgeleverd. Zo zijn er regelmatig keepers van Feyenoord bij ons te gast geweest. Jeugdspelers mochten dan strafschoppen nemen en ook Ruud Gullit is hier wel eens geweest. Die contacten bouwde ik op via mijn werk. In de al eerder genoemde jaren '80 werkte ik in Barendrecht bij De Leeuw's Handelsonderneming. Dat bedrijf was van de vader van Paul de Leeuw. Omdat ik als enige in de directie iets met voetballen had, werd ik naar een sponsoravond van Feyenoord gestuurd. De toenmalige trainer Hans Kraay hield een praatje en vertelde dat hij van plan was Ruud Gullit aan te trekken en dat hij daarvoor 700.000 gulden nodig had. Gullit speelde bij Haarlem en ik had hem in dat jaar nog in De Kuip tegen Feyenoord zien spelen. Hij scoorde toen na een geweldige solo. De aanwezige bedrijven reageerden niet echt positief en ik hield mijn mond. De Leeuw's Handelsonderneming was niet mijn bedrijf en ik kon als financieel directeur geen toezeggingen doen. Een dag na die bijeenkomst besloten we op de zaak om toch mee te doen en zelfs het volledige bedrag op tafel te leggen om de komst van Gullit naar Rotterdam mogelijk te maken. Later hebben we trouwens nog een bijdrage geleverd aan de komst van Johan Cruyff en Ruud Heus naar Feyenoord. Mede daardoor heeft Feyenoord in die jaren in de voorbereiding twee keer tegen ons gespeeld. Zonder dat ze daar geld voor vroegen. Ik zou het fijn vinden als dat volgend seizoen nog een keer zou lukken."

 

terug